Cagliari verdient zeker een bezoek, met zijn middeleeuwse kasteel en de stranden van Poetto op enkele minuten van het centrum. Maar overnachten in de stad betekent prijzen die in de zomer tegen de honderd euro per nacht voor een fatsoenlijke tweepersoonskamer oplopen. De oplossing? Rij twintig tot dertig kilometer verder, naar de dorpen in het Cagliarese platteland en de kleinere kustlijnen. Hier vind je authentieke agriturismi en kleine B&B's gerund door eigenaren die het gebied leven, niet exploiteren. De prijzen zijn hier de helft lager, en je krijgt toegang tot een veel echterder Sardinië.
Noord van Cagliari, richting Quartu Sant'Elena en Settimo San Pietro, opent het landschap zich in graanvelden en wijngaarden. De agriturismi hier bedrijven nog echte landbouw: Cannonau wijnproductie, biologische groenten, huisgemaakte Pecorino Sardo. Kies een verblijf dat ontbijt aanbiedt met vers geroosterd pane carasau, verse kaas en lokale honing. De gemiddelde kosten liggen tussen 45 en 65 euro voor twee personen. Vanuit deze dorpen bereik je Cagliari in twintig minuten rijden, maar de stilte van de avond is volledig van jou. Het voorjaar is het beste seizoen, wanneer de amandelbomen nog bloeien en de temperaturen mild zijn.
Als je liever naar zee gaat, bieden Villasimius en Muravera, zuidoost van Cagliari, schone stranden zonder de drukte van Poetto. Hier zijn accommodaties goedkoper dan in de hoofdstad, vooral als je een kamer in een privéhuis of kleine B&B in het dorp kiest in plaats van direct aan de kust. Eet in het familierestaurant, niet in de toeristische trattoria: de vis kopen ze die ochtend op de markt. Tussen mei en september is de zee perfect, maar ga je in juni of september, dan betaal je een derde minder dan in augustus. Een tweepersoonskamer met ontbijt kost hier 50-70 euro.
Nog goedkoper is het achterland rond Dolianova, oost van Cagliari, waar wijnbouw de dominante traditie is. De agriturismi hier worden gerund door families die al generaties lang Cannonau wijn produceren. Je slaapt in eenvoudige maar zeer schone kamers, voor 40-55 euro per nacht, en hebt toegang tot wijnkelders waar je wijn proeft met brood en kaas. Het landschap is minder spectaculair dan aan de kust, maar authentieker. De wijngaarden strekken zich uit tot aan de horizon, en witte wegen leiden naar Romaanse kerken verstopt tussen de velden. Ga in het najaar, tussen september en oktober, wanneer de wijnoogst nog leven in de dorpen brengt.
Voor wie een compromis zoekt tussen comfort en prijs, hebben Uta en Assemini, direct naast Cagliari richting het westen, een klein aanbod van B&B's en kamers te huur ontwikkeld. Ze liggen niet aan de kust, maar het verkeer naar het centrum is minimaal en de kosten blijven laag (45-60 euro). Veel accommodaties zijn gerestaureerde plattelandshuizen met smaak. Boek rechtstreeks bij de eigenaren via e-mail of telefoon, zonder toeristieke portals die commissies berekenen. Vraag altijd of ze een diner met lokale producten aanbieden: eigenaressen koken vaak op verzoek, voor slechts enkele euro's extra.
Een laatste praktisch advies: bezoek Cagliari op werkdagen, niet in het weekend, wanneer de prijzen ook buiten de stad stijgen. Huur een auto om tussen de agriturismi te rijden, want openbaar vervoer naar kleinere dorpen is beperkt. Download kaarten offline voordat je vertrekt. Veel agriturismo eigenaren zijn ouder en hebben geen bijgewerkte websites, dus bel van tevoren om beschikbaarheid en diensten te controleren. Tot slot, eet altijd waar de locals eten: het kost minder en het eten is authentiek. Een diner in een dorpsrestaurant kost je 15-20 euro per persoon, wijn inbegrepen.